Waarom kerken sacramenten nodig hebben

Waarom zijn sacramenten belangrijk? Eigenlijk is dat een rare vraag. Tenminste voor wie de geschiedenis van de (vroege) kerk kent. Lees het bijbelboek Handelingen en de teksten van de oude kerkvaders er maar op na. De kerk bestaat bij de gratie van de doop en de samenkomsten draaiden vanaf het begin om de viering van de maaltijd: vroege kerken waren altijd ‘meal based communities‘.

Toch beantwoorden Herman Paul en Bart Wallet juist deze vraag. Zij doen dat in hun reflectie op de laatste hoofdstukken uit het nieuwste boek van Keller (in de Nederlandse vertaling – Centrum Kerk – is na elk hoofdstuk een reflectie opgenomen door Nederlandse auteurs). Die laatste hoofdstukken gaan over de kerk als beweging. De kerk is voor Keller vooral een dynamische beweging, geen (statisch) instituut.

Mooi natuurlijk. Maar Paul en Wallet leggen de vinger wel op een zere plek die gemakkelijk in deze manier van denken over de kerk mee lift. De kerk als beweging wordt zo snel een heel aanpakkerig en erg doenerig gezelschap. Geen ruimte voor mensen om in de kerk eens rustig op adem te komen. In dat kader schrijven ze over de betekenis van sacramenten voor oude en nieuwe kerken onder te titel: ‘Heilige onrust – waarom oude en nieuwe kerken de sacramenten nodig hebben’ (Centrum Kerk, 2012, 351-357). Een paar quotes:

Als de kerk ergens zichtbaar maakt dat Gods handelen aan mensenwerk voorafgaat, dan is dat in de sacramenten. Doop en avondmaal drukken uit dat God de eerste is, dat Hij het initiatief neemt, dat mensen bestaan bij de gratie van zijn genade.(…) Daar waar nieuwe kerken werden gesticht, werden mensen gedoopt en werd ’s zondags de eucharistie of het heilig avondmaal gevierd. Deze consequente viering van de sacramenten werd niet gezien als een barrière voor de verkondiging van het evangelie, maar als het eigenlijke geheim van die verkondiging. (…) Waar de doop het begin van het christelijke leven markeert, onderstreept het avondmaal en altijddurende karakter hiervan. Christen-zijn vergt oefening en een steeds weer ontvangen van en leven uit Gods genade.

Het is, volgens de schrijvers, veelzeggend dat juist in de context van recente gemeentestichting vragen rond de sacramenten prominent op de agenda zijn gekomen. Logisch, zou ik zeggen. Waar de doop in gevestigde kerken tegen de vanzelfsprekendheid aan schuurt, is het voor nieuwkomers een beslissende wending. En juist in de viering van het avondmaal wordt duidelijk wat de christelijke gemeenschap is en wie er bij die grensoverschrijdende gemeenschap hoort.

Ik vul even aan: ook bij gevestigde kerken die zichzelf opnieuw willen uitvinden zouden volgens mij juist vragen rond de sacramenten prominent op de agenda moeten staan. Beide sacramenten vormen namelijk, Paul en Wallet drukken het mooi uit, de ‘katholieke accolade, die jonge en oude kerken met elkaar verbindt.’ Voor een goed gesprek hierover bieden de reflecties van beide schrijvers op de slothoofdstukken uit het boek van Keller voldoende inspiratie, aanbevolen!