Waarom we vaker avondmaal moeten vieren

In Zo zou je ook kunnen geloven voert Maarten Wisse een pleidooi voor frequentere avondmaalsvieringen. Hij is niet de enige. Er gaan vanuit protestantse hoek meer stemmen op die pleiten voor herwaardering van het avondmaal in de protestants/gereformeerde liturgie en ik ben er ook een groot voorstander van. De overwegingen van Maarten Wisse zijn de moeite waard om kennis van te nemen. Ik heb er mijn eigen samenvatting van gemaakt. Hij noemt:

1. De crisis van het gesproken woord | De klassieke protestantse protestantse eredienst, zonder avondmaalsviering dus, maakt de geloofsbeleving sterk afhankelijk van de talige presentatie van het evangelie. Daarvoor bezit niet alleen het merendeel van de voorgangers geen extreme talenten, aldus Wisse, maar het stimuleert bovendien:

… een geloofsbeleving die een inherente neiging heeft naar wat ‘waar’ is, naar wat ‘gezegd’ kan worden, naar wat ‘begrepen’ en ‘uitgelegd’ kan worden. Niet zelden draaien draaien preken en gesproken woorden ook om dingen die gedaan moeten worden. Zo ontstaat er via de de nadruk op woorden een nadruk op macht: … (Wisse, 147)

2. Een heilzame correctie op het effect van de doop | De doop is een eenmalig gebeuren. De doop als sterven en opstaan heeft iets euforisch: alles is nieuw geworden! Maar daarna blijkt dat je nog steeds de oude bent, je bent niet echt veranderd. Avondmaal vieren is dan een heilzame correctie op een optimistische kijk op bekering. Het avondmaal maakt duidelijk dat je constant genade nodig hebt. Wisse (149):

Juist daarom vier je avondmaal en je draait je om en nog eens en nog eens, tot het einde van je leven. Avondmaal vieren is: je omdraaien naar God toe. Het is opnieuw verbinding maken en verbonden worden met Jezus. (…) Je hebt opnieuw een verzoeningsmoment nodig, verzoening met God, verzoening met je medemens en verzoening met jezelf.

3. Avondmaal vieren is uiteindelijk zoveel als ‘God aanraken’. Een preek kan langs je heen gaan. Maar proeven, eten en drinken komt dichtbij. En ja, dat is zowel bemoedigend als confronterend. Het symbolische karakter van het avondmaal, je eet in een liturgische setting een klein stukje brood en een slok wijn, brengt Maarten Wisse vervolgens in verband met de eschatologische dimensie van het christelijk geloof – het beste moet nog komen:

In het avondmaal schakel je eigenlijk even stevig terug of juist stevig vooruit, om je te realiseren dat de eigenlijke wereld, zoals God die bedoelt, een heel andere wereld is dan de wereld waarin wij leven. Op deze manier geef ik in onze westerse setting betekenis aan dat kleine stukje brood of een klein een droog ouweltje en dat kleine slokje wijn. (…) Paulus heeft het daar al over: zorg ervoor dat je genoeg gegeten hebt voordat je aan het avondmaal begint. Anders wordt het een schransmaaltijd. (…) Je volvreten is voor een ogenblik wel prettig, maar voor de lange termijn is het iets van deze wereld, van een gebrekkige relatie met God, je naaste en jezelf. (152)

4. Tijdens het avondmaal wordt opnieuw duidelijk wat christelijke gemeenschap is | Dat oefen je namelijk samen, onder het delen van brood en wijn. Door dat te doen, erken je elkaar als broers en zussen in de HEER. Door dat te doen, wordt bovendien duidelijk dat iedereen aan tafel gelijk is; arm of rijk, hetero- of homoseksueel, man of vrouw. Aan het avondmaal doe je elkaar recht: je erkent elkaar in Jezus’ naam als kinderen van God. In plaats van elkaar te beoordelen op bijvoorbeeld sociale status of seksuele aantrekkelijkheid. Of wat dan ook.